Werkwijze
Opweg
Metropolis
Achtergrond
Projecten
Filosofie
De serie metropolis gaat over de zoektocht naar de moederstad, waar culturen, kleuren en talen vermengen. Bestaat zo'n stad en zo ja hoe ziet zo'n stad er uit?
In het meest recente project zie je verschillende verschijningsvormen van verkeer. Het is een collectie schilderijen waarmee wordt weergegeven hoe mensen zich verplaatsen van a naar b, wat zij verplaatsen van a naar b en welke obstakels zij daarbij tegenkomen.
In het werk is vermenging van cultuur een terugkerend thema. Daarin stelt Christian de vraag of cultuur divers blijft of steeds uniformer wordt. Op basis van de afgelopen duizenden jaren zou je kunnen stellen dat diversiteit heeft gezegevierd. Zelfs op het kleine continent Europa, waar honderden jaren koningen en keizers hebben geprobeerd alle hoofden onder een vlag te scharen en de Europese unie op het ogenblik al zijn invloed uitoefent om Europa tot een eenheid te smeden lijkt het wel alsof de diversiteit even groot blijft en ook steeds weer belangrijker wordt gevonden door verschillende groepen, landen en etniciteiten. Zo hebben de Catalanen gepoogd zich af te scheiden van Spanje en lijken de Schotten en Ieren zich ook uit de invloedssfeer van Groot Brittannië te willen onttrekken. Hoewel de invloed van de dominante cultuur (op het ogenblik nog steeds de VS?). nog nooit zo groot is geweest als nu -over heel de wereld zien we de cultuur terug-, is deze nog steeds niet overheersend. Overal geven mensen een andere invulling aan de Amerikaanse cultuur. Hollywood wordt in India Bollywood, Hiphop wordt in groot Brittannië Grime-muziek en bikini’s worden in Saudi Arabië boerkini’s. Bovendien is de Amerikaanse cultuur zelf ook een mix van verscheidene culturen. Het land zoals we dat nu kennen is vormgegeven door migranten uit alle werelddelen.
Als er altijd diversiteit is geweest, zou je kunnen stellen dat dit in de toekomst ook zo zal blijven. Maar is dat wel zo? Men kan zich ook scenario’s indenken dat er een uniforme cultuur ontstaat. De mens is immers ook in staat om de diversiteit van de natuur te laten afkalven - door het toedoen van de mens verdwijnen er steeds meer diersoorten en plantensoorten - terwijl de natuur per definitie divers is. In wezen is er al een beweging richting een meer uniforme wereld. Technologie verspreidt zich razendsnel over de wereld. De efficiëntie van bepaalde apparaten zijn zo aanlokkelijk dat het moeilijk is voor mensen om het niet te gebruiken. Een mooi voorbeeld hiervan is te zien in de documentaire First Contact, waar een geïsoleerd stam uit de amazone van zijn gebied wordt verdreven en in contact komen met moderne mensen die kleding dragen, wapens en motorboten gebruiken. De documentaire leert ons dat de Braziliaanse overheid zich inzet om deze culturen in hun oorspronkelijke staat te laten voortbestaan. In de documentaire zien we echter ook hoe snel de mensen van dit stam zich wenden tot de gemakken van westerse uitvindingen. De aantrekkingskracht van katoenen kleding, geweren, motorboten zijn niet te weerstaan voor de stamleden.
Welke rol speelt kunst in dit geheel? Is kunst net als katoenen kleding en vuurwapens een cultuuruiting die zich makkelijk verspreidt? Is westerse kunst net zo dominant als westerse technologie? Met andere woorden: draagt onze westerse kunst bij aan uniformiteit? De hardnekkige gedachte is dat westerse kunstgeschiedenis altijd heeft gepoogd vernieuwing en verbetering te bewerkstelligen; tegenover de kunst in de rest van de wereld dat traditioneel en onveranderlijk blijft. Deze gedachte komt steeds meer onder druk te staan. Dit komt onder andere door kunstenaars als Hassan Hajjaj en Kehindey Wiley. Kehindey Wileyen een afro Amerikaanse New Yorker zegt: als ik door musea liep zag ik alleen maar witte mensen op de schilderijen die zo ik zo mooi vond. Hij miste de zwarte mens in de westerse kunstgeschiedenis. Als oplossing schildert hij bijvoorbeeld een Afro Amerikaanse man op het paard van Napoleon. Door zijn Afro- Amerikaanse modellen in de traditie van westerse schilderkunst te schilderen maakt hij een buiging naar westerse kunst-geschiedenis en vraagt hij tegelijkertijd voor erkenning van de Afro Amerikaan.
Christian maakt foto's en schilderijen. Hij laat zich graag door de groteren van de kunstgeschiedenis inspireren. Maar dan wel met mate. Sam Dillemans vertelde ooit hoe hij voor eens en voor altijd heeft ‘afgerekend’ met de klassieke grote meesters. Terwijl hij aan een reusachtige kopie werkte van een schilderij van Rubens raakte hij zo gefrustreerd dat hij met liters olieverf een enorm plakkaat verf over het schilderij heeft gesmeerd. Het resultaat is een enorm wervelend geabstraheerd schilderij waar we nog wel de kleuren en de compositie van Rubens in terugzien, maar waar al het figuratieve is verdwenen. Met andere woorden: neem van andere kunstenaars alleen datgene wat voor jou werkt.

Lesgeven
Portret
De portretreeks komt voort uit ontmoetingen met mensen in hun eigen omgeving. Daarbij worden ze zo ongedwongen en spontaan mogelijk vastgelegd.
Het is belangrijk dat leerlingen vanuit intrinsieke motivatie werken en dat we hun beleveniswereld terug te zien is in het werk. Het gedachtegoed van Croce en Collingwood, ook wel de Croco-theorie genoemd, ziet kunst als ideeën die in de hoofden bestaan van de kunstenaar. Het idee, de herinnering of emotie op zichzelf is volgens hen al kunst, zelfs zonder een fysiek kunstwerk. Mocht de kunstenaar zijn idee toch willen overbrengen aan de ander dan moet de kunstenaar zijn idee zo accuraat mogelijk in een kunstwerk vangen, het kunstwerk vormt dan een expressie van het innerlijke.
Als we onderwijs geven aan de hand van de filosofie van Croce en Collingwood hebben we echter moeilijk vat op het leerproces. Leerlingen leren namelijk aan de hand van trial and error: een leerling bokser leert het beste zijn dekking hoog te houden wanneer hij vaak in het gezicht wordt geraakt. Een leerling wiskunde weet dat hij meer moet leren voor zijn volgende tentamen als hij een onvoldoende voor zijn laatste tentamen krijgt. Maar hoe geeft de kunstdocent een onvoldoende aan het werk van zijn leerlingen als het beeld in het werk van de leerling al kunstwerk is en de docent niet kan bevatten wat in het hoofd van zijn leerling speelt? De vraag is dus of we wel werk kunnen beoordelen. Dit brengt het volgende probleem: als leerlingen niet beoordeeld kunnen worden, is er dan nog sprake van ontwikkeling?
Het conflict dat ontstaat tussen de croco theorie en docentschap werd mij duidelijk toen hij eeen vriend van hem vroeg hem te helpen met schilderen. Deze vriend tekent graag portretten. De portretten die hij maakt laten allemaal gezichten zien van mensen die in de periferie van samenlevingen leven: denk aan artiesten, mensen uit de onderklasse, of mensen met een speciaal beroep zoals strippers, schippers en mijnwerkers. Hij tekent en schildert met een stijl, die vanaf zijn eerste tekening consistent is. De zwarte lijnen zijn stevig aangezet en vormen behalve een gezicht, ook aparte -bijna abstracte- werken. De hoeken rondom de oogkassen gaan door in de neusbrug. Deze lijnen zijn niet zoals op de foto, waarvan hij ze heeft nagetekend, maar een interpretatie daar-van. Ze zijn hoekiger en karikaturale en stralen een rauwheid uit die de foto van de man ook uitstraalt. Voor mij is Niek daarom een kunstenaar met vernieuwend werk vanuit een intrinsieke motivatie. Zijn werk laat niet alleen de expressie van de geportretteerde zien, maar ook zijn eigen expressie. Hij heeft ideeën over welke mensen hoe moeten worden worden afgebeeld. Maar Niek is nog niet tevreden met zijn werk. Hij wil dat Christian hem leert de gezichten natuurgetrouw af te beelden en als docent in wording kan Christian daar natuurlijk alleen maar gehoor geven. Niek zelf vind dat hij verder komt in het schilderen en tekenen met mijn hulp en is ervan overtuigd dat beïnvloeding nodig is om verder te komen. Maar zelf vraag Christian zich af of mijn technieken wel de juiste zijn om zijn ideeën over portretten weer te geven. Verdwijnen met die technieken niet ook een beetje de rauwheid die hij in zijn portretten wil leggen?
Een antwoord op dit probleem kunnen we vinden in het kunstonderwijs op de middelbare school en kunstacademie. De leerlingen worden daar zoveel mogelijk uitgedaagd om zelf de mogelijkheden rondom het creëren van kunst te onder-zoeken. In ruil voor deze vrijheid houdt de docent zich intensief bezig met het begeleiden van dit proces. Docenten dagen de leerling uit om nieuwe stappen te maken en laten de leerling goed nadenken over het hoe en waarom van deze stappen. Het proces is hierbij belangrijker dan het einddoel. Om de leerling te toetsen verlangt de docent van de leerling dat hij zijn proces inzichtelijk maakt. Dit kan de docent doen door vragen te stellen tijdens het proces, of door de leerling een logboek aan te laten leggen.
De serie zeelieden is voortgekomen uit een fascinatie voor het zeeleven. De portretten zijn voortgekomen uit foto's in oude boeken over het bestaan op zee.
De Zee
Christian is geïnteresseerd in het waarnemen en vastleggen van menselijk gedrag. In zijn kunst uit zich dit door de kledingstijl, mimiek en lichaamshouding van mensen te bestuderen en te tekenen.
Observeren
Engagement
Het maken van kunst moet vanuit een persoonlijke noodzaak ontstaan. Deze noodzaak is voor de kunstenaar veel belangrijker is dan welk ander geëngageerd doel. Natuurlijk kan er een noodzaak zijn om anderen te helpen, of invloed uit te oefenen op de (kunst)wereld. Maar de beweegredenen hoe je iets maakt, die bepalen hoe de creatie vorm krijgt, zijn toch anders dan de beweegredenen van het politiek engagement. Dit terwijl engagement wel belangrijk is. Christian vindt het belangrijk dat we ons politiek organiseren tegen onrecht. Iemand waar hij groot bewondering voor heeft is Naomi Klein, die zich samen met Native American heeft georganiseerd om de Keystone pijpleiding tegen te houden. Toch zie je niet veel van dit soort engagement terug in zijn werk.
Het politiek engagement in kunst gaat echter tegen de natuur in van het maken van kunst. Daar zou serendipiteit, intuïtie en improvisatie een veel grote rol moeten spelen dan welk engagement dan ook. Deze drie factoren zijn namelijk essentieel, ze zorgen ervoor dat dat kunst vernieuwend, verrassend en esthetisch is en geven de kunstenaar voldoening en een drijfveer. Kunst maken is namelijk een proces waar de kunstenaar de uitkomst vaak niet van weet. Daar past een geëngageerd doel niet zo goed bij (tenzij het alleen gaat om een benefietverkoop).
Ook problematisch is dat het geëngageerde doel ervoor zorgt dat de vrije interpretatie van het publiek verdwijnt. Als een geëngageerde kunstenaar zijn doel wil behalen met zijn kunst, dan moeten we wel zien wat deze kunstenaar heeft bedoeld, en niet wat we er zelf in zien. Zijn kunst wordt hierdoor eenduidig en eerder informatief, dan multi-interpretabel.
.





Exposities/Opdrachten
04/2021: Deelname aan de Colorfield performance
Colorfield performance is een project van Dirk Haze: http://www.dirkhakze.com/
07/2018: Muurschildering voor koffiebar Quetzal in Purmerend
07/2018 Muurschildering voor Koffiebar Queatzal in Purmeren
09/2017: Expositie in Stellichter advocatenbureau Arnhem
Expositie met derdejaars kunstacademie studenten
0/2017: Expositie in Tolhuistuin Amsterdam
Benefietexpositie voor Vision Afrika, een NGO in Ghana
I




























